Hof van Justitie van de Europese Unie

Prejudiciële vragen Hof van Justitie

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 13 november 2020 aangegeven voornemens te zijn om de volgende prejudiciële vraag te stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof);

Verplicht het Unierecht, meer in het bijzonder art. 15 tweede lid van de Terugkeerrichtlijn en art. 9 van de Opvangrichtlijn, gelezen in samenhang met art. 6 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, tot een ambtshalve toetsing in die zin dat de rechter verplicht is zelfstandig te beoordelen of aan alle voorwaarden voor bewaring is voldaan, ook als de vreemdeling niet heeft betwist dat aan één of meer voorwaarden voor bewaring is voldaan, terwijl hij daartoe wel de mogelijkheid had?

Het stellen van een prejudiciële vraag wordt gebruikt door nationale rechters om het Hof te vragen hoe Europese regelgeving moet worden uitgelegd. In artikel 267 VWEU is de bevoegdheid van het Hof opgenomen om bij wijze van prejudiciële beslissing een uitspraak te doen over de uitleg van EU-recht.

De procedure verloopt als volgt. In een rechtszaak in één van de lidstaten bestaat onduidelijkheid over hoe Europese regelgeving moet worden toegepast. De nationale rechter stelt het Hof dan een vraag over de uitleg van het EU-recht, waarop het Hof van alle betrokken partijen input verzamelt en uitspraak doet. De nationale rechter is in diens verdere behandeling van de originele zaak verplicht rekening te houden met het advies van het Europese Hof. Daarnaast is de uitspraak van het Hof bindend, dit houdt in dat de uitspraak leidend is in de hele Europese Unie. Hiermee wordt er zorg voor gedragen dat Europese regelgeving in alle lidstaten op een gelijke manier wordt uitgelegd.

Alleen nationale rechters mogen het Hof een prejudiciële vraag stellen als er een directe aanleiding is. Het komt maar enkele keren per jaar voor dat er aan het Hof van Justitie door een Nederlandse rechter een prejudiciële vraag wordt gesteld. Het is dan ook een hele eer dat in de zaak van mr. Piet Hein Hillen de Afdeling voornemens is een prejudiciële vraag te stellen.